GINO CAMPATI-140 (1).JPG

WONEN & WERKEN

“Ik zal blijven werken tot twee weken na mijn dood” - Gino Campati

 

About

De Italiaanse Apennijnen. Het bergdorp Schiavi di Abruzzo. Het is 12 december 1945 en Gino Campati is daar. Begenadigd met een visueel geheugen, ziet hij de dingen reeds als hij in de buik van zijn moeder vertoeft. Of verwart Gino zijn prenatale visualisering met de verhalen die de dorpelingen elkaar beeldend vertellen? Wie zal het zeggen? In ieder geval verbindt Gino zijn verdere leven aan beelden: ‘Alles wat ik weet, is gebonden aan een beeld en dat vergeet ik nooit’.

 Gino is van kleins af aan een eigenwijze jongen. Als hij vijf is, verhuist de familie naar Rome. Gino vindt echter dat hij daar niets te zoeken heeft. Tot zijn geluk kan hij anderhalf jaar in zijn ouderlijk huis bij zijn oma blijven. Daar ontstaat zijn nieuwsgierigheid: ‘Geen televisie, geen krant, wel fantastische verhalen.’ Als hij zeven jaar oud is, moet hij toch naar Rome: ‘Woest ben ik, maar ik doe het omdat mijn ouders dat nu eenmaal van me verwachten’. Hoewel, aan het begin van iedere zomervakantie weet hij niet hoe snel hij de bus moet pakken om bij zijn opa de vakantie door te brengen.

 Als Gino 23 is, verlaat hij Italië en vertrekt naar Engeland, ‘de beste beslissing van mijn leven’. Hij ontmoet in London leuke en interessante mensen. Hij verblijft een jaar in Engeland, een jaar waarin hij de kans aangrijpt om te onderzoeken wie hij is als mens en als kunstenaar. Via Düsseldorf komt hij nog eenmaal in Italië en bezoekt zijn familie. Hij schildert en etst naar lievenlust. Vrienden sporen hem aan om deel te nemen aan een tentoonstelling. Tot zijn eigen verbazing valt zijn werk in de prijzen.

 Het is onrustig in Italië. Gino en zijn vrienden zijn politiek actief, doen mee aan demonstraties. Maar dan, dan is het ineens genoeg, hij is het politieke en sociale klimaat in zijn land meer dan zat. Op 15 maart 1973 vertrekt hij naar Nederland. Het land trekt hem aan, ook omdat er in die tijd een vrije geest heerst. De liefde voert hem naar Rotterdam en tenslotte naar Amsterdam.

 De kunst raakt op de achtergrond tot Gino in 1982 vader wordt. Zijn zoon inspireert hem om weer te schilderen, te etsen en te beeldhouwen. Uit deze tijd stammen zijn gebeeldhouwde koppen. In 1987 belemmert zijn gezondheid hem om verder te werken. Ondanks meerdere infarcten en een beperkt gezichtsvermogen, pakt Gino in 2016 zijn kunstenaarschap weer op. Hij woekert zijn opgeslagen beelden los in een wervelende en onstuitbare maalstroom van nieuwe technieken en werken. Hij weet dat hij effectief moet zijn: in de weerslag van zijn nooit vergeten beelden en in die genadeloos verzengende tijd.

 Tekst: Heribert Korte